Ga naar de inhoud

Iets over het begrip rent

We kunnen begrijpen dat mensen gelijke rechten hebben op de aarde zonder veel te snappen van economie. Om de praktische implicaties van gelijke rechten op de aarde te begrijpen, is het echter nuttig om het begrip rent te leren kennen.

Een van de manieren om rent naar het Nederlands te vertalen is met het woord surpluswinst. Ook pacht komt dicht in de buurt. Dit is het bedrag dat iemand betaalt om gebruik te mogen maken van landbouwgrond. De economic rent waarover we het hier hebben is de huurwaarde van land. Dat kan landbouwgrond zijn, maar ook het land waarop een huis of een fabriek staat of een leeg stuk land waarop een huis zou kunnen staan heeft een huurwaarde. En het kan ook gaan om het recht om andere natuurlijke hulpbronnen te gebruiken, of zelfs om het bezit van totaal andere soorten privileges. Deze huurwaarde is niet altijd duidelijk zichtbaar. Wanneer de grond niet verhuurd wordt, wordt er geen huur betaald. Dat is bijvoorbeeld het geval wanneer de eigenaar de grond zelf gebruikt.

Wanneer we dingen produceren, maken we daarbij gebruik van productiefactoren. De meest elementaire zijn land en arbeid. Als we een stuk land kunnen gebruiken en erop werken, kunnen we iets produceren, zoals aardappelen. Als we harder werken, kunnen we meer of betere aardappelen produceren. We kunnen ons inspannen om onkruid te verwijderen of onze planten water te geven. Als we meer of vruchtbaarder land kunnen gebruiken, kunnen we ook meer of betere aardappelen verbouwen. In dit voorbeeld is het heel duidelijk dat land en arbeid beide bijdragen aan ons vermogen om te produceren.

Als we geen land bezitten, huren we het en betalen we huur aan een grondeigenaar. We betalen de verhuurder voor het privilege om dit stuk land exclusief te mogen gebruiken.

De grondeigenaar hoeft niet te werken voor deze inkomsten. Hij bezit enkel het land. In ons huidige systeem stelt het feit dat hij de eigenaar van het land is hem in staat om huur te ontvangen. We kunnen land kopen. De grondprijs is normaal gesproken gerelateerd aan de huurwaarde. Als we land kopen, betalen we in feite om in de toekomst nooit meer huur te hoeven betalen.

Laten we nu eens kijken wat er gebeurt als we land huren om aardappels te verbouwen of om friet te verkopen op een locatie die meer of minder waard is.

In elke situatie zullen we moeten werken (A) en zullen we bepaalde dingen moeten kopen (B). Verder betalen we huur voor de ruimte die we nodig hebben (C). Onze onderneming zal inkomsten genereren (D). Met een vergelijkbare inspanning zullen we meer aardappelen oogsten als ons land vruchtbaarder is. We zullen ook meer friet verkopen als de locatie van onze friettent gunstiger is. Voor elke situatie kunnen we berekenen hoeveel we verdienen: E = D – B – C. We kunnen ook berekenen hoeveel we per uur verdienen: E/A.

Deze vier ondernemers hebben allemaal hetzelfde inkomen. Dit lijkt misschien vreemd, maar bedenk eens wat er zou gebeuren als er (grote) verschillen in inkomen zouden zijn? Als een van deze mensen meer zou verdienen dan de rest, zouden de anderen bereid zijn om meer pacht te betalen voor zijn of haar locatie. Dit zou leiden tot een stijging van de pachtprijs, en de landeigenaar zou degene zijn die hiervan zou profiteren.

De grondeigenaar en de boer kunnen dezelfde persoon zijn. Dat hoeft echter niet. Sommige boeren zijn pachtboeren en moeten huur betalen aan een grondbezitter.

Als we geloven dat mensen gelijke rechten hebben op de aarde, zou dit betekenen dat mensen gelijke rechten hebben op de huurwaarde van land. Dit zou je kunnen vertalen in het gelijk delen van alle pachtinkomsten. Dit zou mogelijk zijn door middel van een grondwaardebelasting die gelijk is aan de totale huurwaarde van het land. De opbrengst daarvan zou gelijk verdeeld kunnen worden als basisinkomen. Als onze mini-samenleving alleen uit deze vier mensen zou bestaan, zou de totale huurwaarde (€6600) verzameld en gelijk verdeeld kunnen worden. Als resultaat zou elk van hen €1650 ontvangen als een soort basisinkomen.

Als de huur op deze manier zou worden belast, zou het geen zin meer hebben om in land te investeren met als enige doel het innen van huur. De grondprijzen zouden dalen tot (bijna) nul. Het bezit van grote hoeveelheden land zou echter niet gratis zijn: wie veel land bezit, betaalt veel grondwaardebelasting.

Het mag duidelijk zijn dat je met enkel het bezitten van land geen echte dienst bewijst aan andere mensen. Daarom bestempelen sommige mensen rent als onverdiende inkomsten, en heeft de uitdrukking rent seeker een negatieve klank. Deze term verwijst naar het verschil tussen inkomen uit landbezit (rent) en inkomen uit werk.

Inkomen uit landbezit is in feite de waarde van het voorrecht om een plek te bezitten. En inkomen uit arbeid is een beloning die je ontvangt als je iets doet voor andere mensen.

Als je gelooft dat mensen gelijke rechten hebben op de aarde, dan hebben mensen ook gelijke rechten op de huurwaarde van land. Geoïsten stellen een manier voor om dit te organiseren.

Grondbezit is een belangrijk privilege. Andere privileges kunnen echter ook een waarde hebben. Als ik bijvoorbeeld de enige persoon zou zijn met een vergunning om in een Amsterdam taxidiensten aan te bieden of om friet te verkopen, dan zou dat mijn inkomsten verhogen. We zouden dergelijke door de overheid verleende privileges op dezelfde manier kunnen beschouwen als land.

Mijn vergunning of privilege om exclusief taxi te rijden of friet te verkopen levert mij extra inkomsten, omdat ik minder last heb van concurrentie. Daarom heeft het privilege een bepaalde huurwaarde. (Ook een vergunning kun je verhuren.) Mijn inkomsten zijn een optelsom van de waarde van mijn arbeid, mijn investeringen en de waarde van mijn privilege om als enige friet te verkopen. De huurwaarde is gelijk aan het bedrag aan extra inkomsten vanwege mijn privilege, d.w.z. de afwezigheid van concurrentie. Als iedereen taxidiensten zou mogen aanbieden, zou er geen privilege meer zijn en zou de rent nul zijn.

Het privilege om iets te doen wat anderen niet mogen, kan waardevol zijn en levert rent op, of het nu gaat om het gebruik van een stukje grond of het alleenrecht om in een gebied met een taxi rond te rijden. Zelfs als overheden geldige redenen hebben om een markt te reguleren en daarmee dit soort monopolies te creëren, is het nog steeds niet eerlijk dat sommige individuen hier rijk van kunnen worden. Rent inkomen is niet het resultaat van arbeid of het aanbieden van een dienst, maar van het beschikken over een monopolie. Indien mogelijk moeten monopolies of privileges worden afgeschaft. Als dit niet mogelijk is, bijvoorbeeld omdat niet iedereen hetzelfde stuk bouwland kan gebruiken en de hoeveelheid bouwland beperkt is, kan de rent gelijk verdeeld worden.

×