Ga naar de inhoud

Hoe werkt het?

Vrijheid en allemaal toegang tot natuurlijke hulpbron vormt de basis voor een vreedzame samenleving waarin mensen hun eigen bedrijf kunnen opzetten, een woning kunnen bezitten en op een gezonde manier met elkaar samenwerken. Een aantal ideeën kan bijdragen om dit ideaal te realiseren. We zullen enkele bespreken. Een grondwaardebelasting met een basisinkomen lijkt vanuit ons huidige perspectief de meest veelbelovende optie. Er bestaan echter ook andere mogelijke oplossingen.

Grondwaardebelasting met basisinkomen

Mogelijk is de grondwaardebelasting in combinatie met een basisinkomen de beste manier om iedereen toegang te geven tot land. Daarom zullen we deze optie wat uitgebreider bespreken. De bekendste voorstander van de grondwaardebelasting (Land Value Tax) was Henry George (1839-1897). Hoe werkt dit? Laten we herhalen dat het primaire doel van deze belasting niet is om een steeds grotere overheid te financieren. We willen gewoon dat we allemaal in staat zijn om ons deel van de geschenken van de natuur te krijgen. Daarom noemen sommigen het liever een vergoeding (fee) dan een belasting (tax). Op dezelfde manier gebruiken sommigen liever de term burgerdividend (citizens dividend) dan basisinkomen.

Het is gemakkelijk om uit te vinden wie de eigenaar is van een stuk land door het kadaster te raadplegen. Het bepalen van de waarde van elk stuk land is iets ingewikkelder, maar veel eenvoudiger dan het taxeren van elk huis. Door de mens gemaakte verbeteringen zoals een huis, een badkamer, een dakkapel, een boomgaard of zelfs een enorm kantoorgebouw tellen niet mee voor de waarde van het land. Het gaat enkel om het privilege om als enige gebruik te maken van een uniek stukje land. Grondwaardebelasting is een belasting op enkel de waarde van onbebouwde grond.

De locatie is de belangrijkste factor voor de waarde van grond: zijn er veel mensen die grond willen gebruiken op deze plek? Ligt de grond in het centrum van een grote stad, of is het ver weg van andere mensen? Ligt de grond dicht bij een snelweg of op een rustige plek? Grenst de grond aan een waterweg? Is er een supermarkt of treinstation in de buurt? Verschillende mensen hebben verschillende voorkeuren. Het totaal hiervan wordt weerspiegeld in de grondwaarde van verschillende locaties.

Natuurlijk hebben bepaalde eigenschappen van de grond zelf ook invloed: is het droge zandgrond of vruchtbare kleigrond? Watert het goed af, of een moeras? Om de waarde van onbebouwde grond te schatten, hoef je je dus alleen maar een stuk land voor te stellen dat overwoekerd is door onkruid. Meestal bepaalt vooral de locatie de waarde per vierkante meter, maar ook andere factoren kunnen invloed hebben.

Het is belangrijk om te beseffen dat grondwaarde meestal niet tot stand komt dankzij inspanningen van de grondeigenaar. Als er een spoorlijn wordt aangelegd met een treinstation vlakbij een stuk grond, wordt de waarde van deze grond hoger. De kosten voor de spoorlijn worden betaald door (meestal) de belastingbetaler. De hogere waarde van de grond maakt de grondeigenaar rijker.

In een geoïstische situatie zou de waarde van land worden uitgedrukt als de huurwaarde voor een bepaalde periode, bijvoorbeeld één jaar. De reden hiervoor is dat een grondwaardebelasting de verkoopprijs van grond sterk zal beïnvloeden.

Een grondwaardebelasting betekent dat iedereen die grond bezit een bepaald percentage belasting betaalt over de waarde ervan. In het ideale geval komt de grondewaardebelasting overeen met de huurwaarde van de grond. Dit betekent dat puur het bezit van grond geen geld meer oplevert. De opbrengsten van deze belasting kunnen vervolgens gelijk worden verdeeld, in de vorm van een basisinkomen. Met dit basisinkomen kan ieder van ons gratis over zijn deel van de aarde beschikken. Natuurlijk is het ook mogelijk om een deel van de opbrengsten te gebruiken voor voorzieningen zoals gezondheidszorg of infrastructuur.

Laten we het op deze manier delen van land illustreren met een voorbeeld. Om het eenvoudig te houden, bestaat de geoïstische samenleving in dit voorbeeld uit slechts 4 mensen: John, Michelle, Jack en Eva.

Jack bezit het grootste deel van het land en verhuurt appartementen. Michelle en Eve huren hun appartementen van hem. Jack werkt als boer.

Eve bezit geen land. Ze werkt parttime op Jacks boerderij. Eve besteedt de meeste tijd aan schilderen omdat ze als kunstenaar wil leven.

John heeft zijn eigen stuk land waar hij in een huis woont. Hij bezit wat land, maar minder dan zijn eerlijke deel.

Michelle heeft visrechten waarmee ze elk jaar 1000 vissen mag vangen. Dit is de hoeveelheid vis die veilig gevangen kan worden zonder risico op schade aan het ecosysteem. Net als land hebben deze visrechten een marktwaarde. En net als land wordt deze vis in de zee gratis door de natuur ter beschikking gesteld. Eigendom van de aarde is vaak landeigendom, maar er zijn ook andere opties.

De eerste twee kolommen van de tabel tonen de namen van de verschillende mensen en de hoeveelheid land of andere natuurlijke hulpbronnen, zoals visrechten, die ze bezitten.

De waarde van de hoeveelheid van de aarde die ze bezitten bepaalt het bedrag aan grondwaardebelasting dat deze verschillende mensen betalen. De totale waarde is 400. Deze waarde bestaat uit de waarde van landbouwgrond en bouwgrond plus de waarde van het recht om elk jaar 1000 vissen te vangen. We kunnen dus berekenen dat een eerlijk deel van de natuurlijke hulpbronnen, of het juiste niveau van het basisinkomen, 400/4 = 100 is.

Als de opbrengsten van de grondwaardebelasting gelijk verdeeld worden, resulteert dit in een basisinkomen van 100 voor elke persoon. De laatste kolom toont het resultaat als we de effecten van de grondwaardebelasting en het basisinkomen bij elkaar optellen.

Michelle bezit haar eerlijk deel van de aarde. Daarom is haar grondwaardebelasting gelijk aan het niveau van haar basisinkomen. Haar exclusieve recht om vis te vangen stelt haar in staat om vrij gemakkelijk wat geld te verdienen. Als anderen ongelukkig zijn met deze situatie, bijvoorbeeld omdat Michelle onredelijke prijzen vraagt, hebben ze een alternatief. Ze kunnen een deel van hun basisinkomen besteden aan visrechten en hun eigen vis vangen.

Jack bezit veel meer dan zijn deel van de aarde. Dat is geen probleem, want hij compenseert degenen die minder hebben dan hun eerlijk deel. Met hun basisinkomen kunnen ze aan wat land komen als ze liever hun eigen huis bouwen of hun eigen voedsel verbouwen.

Stelt dit basisinkomen sommigen in staat om een lui leven te leiden ten koste van anderen? Dat hangt ervan af. Mensen kunnen beslissen om van hun basisinkomen te leven. Maar als Michelle bijvoorbeeld geen vis meer wil vangen voor de anderen, kan ze daar niet toe gedwongen worden. Ze kan gewoon haar eigen deel van de visrechten nemen en alleen wat vis voor zichzelf vangen. Ze kan haar basisinkomen gebruiken om wat ruimte te hebben om haar eigen aardappelen te verbouwen en haar eigen huis te bouwen. Niemand wordt gedwongen om voor anderen te werken en niemand wordt gedwongen om gebruik te maken van diensten die anderen aanbieden.

Mensen die geen land bezitten, betalen geen grondwaardebelasting en krijgen precies het geld dat nodig is om hun eerlijke deel te krijgen. Ze kunnen dit bedrag uitgeven aan land, maar ze zouden het ook anders kunnen besteden.

Mensen die veel land bezitten zouden meer grondwaardebelasting betalen dan ze als basisinkomen ontvangen. Dit zou een compensatie zijn voor mensen zonder land. Als we erkennen dat de aarde een geschenk is voor de hele mensheid, dan is dat niet meer dan correct.

Individuen of gemeenschappen die niet willen deelnemen aan dit systeem van grondwaardebelasting betalen en een basisinkomen ontvangen, worden daartoe niet gedwongen. Deze mensen hebben echter nog steeds niet het recht om meer dan hun deel van de aarde per hoofd van de bevolking te nemen. Wie zich hieraan houdt, heeft het recht om met rust gelaten te worden.

Het niveau van de grondwaardebelasting bepaalt in welke mate mensen zonder land werkelijk toegang hebben tot hun eerlijk deel van de aarde. De hoogte moet daarom zo gekozen worden dat de opbrengst voldoende is om mensen in staat te stellen (bijna) hun eerlijk deel van de aarde te hebben. Een te lage grondwaardebelasting zou resulteren in een basisinkomen dat lager is dan nodig om iedereen in staat te stellen een eerlijk deel van de aarde te hebben. Geoïsten zoals Nicolaus Tideman en Brian Hodgkinson weten alles over economie en hebben dit soort onderwerpen veel gedetailleerder beschreven.

Als gevolg van grondwaardebelasting zouden de verkoopprijzen van land afnemen tot bijna nul. Wie onbebouwd land koopt, betaalt bijna niets. Wie een huis koopt, betaalt enkel de waarde van het huis. Wie onverbeterde grond verkoopt, ontvangt geen aanzienlijk bedrag, maar hoeft daarna geen grondwaardebelasting meer te betalen. We zouden dus niet hoeven te betalen voor het kopen van land, maar wel voor het bezitten van land. En als we alleen ons eerlijke deel willen bezitten, kunnen we dit betalen uit ons basisinkomen.

Omdat de waarde van land gigantisch is, zal het gaan om een aanzienlijk basisinkomen. Een (hoge) grondwaardebelasting kan eventueel alle andere belastingen vervangen. Dit zou leiden tot niet alleen een rechtvaardiger, maar ook een veel eenvoudiger belastingstelsel.

Henry George

De commons

Om vrij te kunnen leven moet er ook voldoende land en water overblijven waar iedereen gebruik van kan maken. Dit noemen we de commons, gemeenschappelijke ruimte of de meenten. Sommigen hebben deze gebieden enkel nodig om te reizen en plezier te maken. Anderen kunnen hun kuddes laten grazen op gemeenschappelijk land. Als dat nodig is kan de verdeling van hulpbronnen op andere manieren worden aangepakt dan enkel door landbezit. Begrazingsrechten, bijvoorbeeld het recht om 100 schapen te laten grazen, zou één benadering kunnen zijn. In dat geval kunnen anderen hetzelfde land gebruiken om te wandelen, kamperen of een feest te organiseren.

Voor sommige vrijheden is ruimte nodig, maar het zou niet efficiënt zijn als ieder van ons zijn eigen snelwegen zou bezitten of verschillende plaatsen om onze tent op te zetten of ons busje te parkeren. Plaatsen zoals natuurreservaten, rivieren, meren en het strand zouden grotendeels gemeenschappelijk bezit kunnen zijn. We zouden deze plaatsen zoveel mogelijk vrij kunnen gebruiken. De natuur is een geschenk aan ons allen en het delen ervan levert weinig problemen op. Niemand zou een ander moeten dwingen om te betalen voor het gebruik van dit soort gebieden. Sommige natuurgebieden hebben misschien bescherming nodig, maar dat mag niet een reden zijn om anderen vaak de mogelijkheid te ontzeggen om gemeenschappelijk land te gebruiken. Een verbod op wandelen, parkeren of overnachten op te veel plaatsen kan reizen en recreëren onnodig duur maken en zou niet geaccepteerd moeten worden.

Het is zinvol om het verschil te benadrukken tussen gemeenschappelijkerechten en collectieverechten om land te gebruiken. Gemeenschappelijk eigendom houdt in dat elk individu bepaalde rechten heeft, bijvoorbeeld om op zee te varen of om tijdelijk een stuk land te gebruiken of er doorheen te reizen. Collectief eigendom houdt in dat een groep mensen (een collectief) samen kan beslissen hoe een bepaald gebied wordt gebruikt. Mensen kunnen afspreken dat ze bepaalde dingen delen. Collectief eigendom biedt echter niet altijd garantie op individuele vrijheid. Als er collectief wordt besloten dat mensen alleen onder allerlei strikte voorwaarden op zee mogen varen, tast dit onze individuele vrijheid aan. Het is belangrijk om ons bewust te zijn van dit onderscheid. We moeten de commons kunnen gebruiken zoals we willen, zolang we er verantwoordelijk mee omgaan en anderen geenschade berokkenen.

Ruimtelijke ordening

In een vrije wereld kunnen we zelf beslissen hoe we ons deel van de wereld inrichten. Toch kan een bepaalde mate van ruimtelijke ordening nog steeds belangrijk zijn. We willen natuurgebieden, open landschappen en cultureel erfgoed behouden. En we willen op sommige plekken ’s nachts goed kunnen slapen en op andere plekken 24 uur per dag veel lawaai kunnen maken zonder dat iemand klaagt. Sommigen geven de voorkeur aan een zonnige tuin, anderen aan de efficiëntie van hogere gebouwen. Dit kan enige coördinatie vereisen. Het argument van ruimtelijke ordening mag echter nooit worden gebruikt om mensen te dwingen op een bepaalde manier te leven. Ruimtelijke ordening mag nooit iedereen dwingen om in een rijtjeshuis te wonen en de ruimte om te wonen op een schip of in een woonwagen kunstmatig schaars maken. Mensen die op een bepaalde manier willen leven, hebben het recht om dat te doen, zolang ze niet te veel ruimte opeisen of op een andere manier de vrijheid van anderen beperken.

Ruimtelijke ordening kan de beschikbaarheid van land voor bepaalde soorten ontwikkeling beperken. Als we wat open landschap willen behouden, zal dit de beschikbaarheid van land waarop wolkenkrabbers gebouwd kunnen worden verminderen. Dit soort afspraken mag nooit onnodig de mogelijkheden beperken voor mensen die hun eigen huis willen bouwen of in een tent, caravan of boot willen wonen. Als land voor een bepaald type ontwikkeling schaars is, hebben we nog steeds allemaal evenveel recht op dat land. De aarde eerlijk delen mag nooit betekenen dat sommige mensen ergens een huis mogen bouwen en anderen niet. Bestemmingsplannen mogen nooit worden gebruikt om mensen te onderdrukken die geen plek hebben om hun huis te bouwen.

De bestemming heeft een enorme invloed op de waarde van land. Als een bestemmingsplan verbiedt dat ergens huizen worden gebouwd, zal de grondwaarde dalen. Als een bestemmingsplan bepaalt dat een monumentaal pand behouden moet blijven, zal de waarde van de grond lager of zelfs negatief kunnen zijn.

Als een bestemmingsplan wordt gewijzigd, kan dit grote gevolgen hebben voor de grondprijzen. Als een wijziging betekent dat er op landbouwgrond vanaf nu wel huizen gebouwd mogen worden, zal de waarde van de grond stijgen. Als landbouwgrond moet worden omgezet in natuur, zal de grondwaarde dalen. Als een onderdeel van het nieuwe bestemmingsplan is dat er vakantiehuizen naast het natuurgebied gebouwd mogen worden, kan dat deel van de grond erg waardevol worden.

In de huidige situatie profiteren meestal een slimme investeerder en soms een gelukkige boer van deze waardestijging van de grond. In een geoïstische samenleving zouden we allemaal in gelijke mate profiteren van deze verandering. Hogere grondwaarden zullen resulteren in hogere belastinginkomsten en daardoor zal het niveau van ons basisinkomen hoger zijn. Als de waarde van de grond daalt, bijvoorbeeld omdat de bestaande huizen naast een nieuwe wijk niet langer een vrij uitzicht hebben, of last hebben van verkeersdrukte, dan zullen de mensen die daar wonen minder grondwaardebelasting betalen. Op deze manier komen de lusten en lasten van een aangepaste bestemming op de juiste plaats terecht.

De overtuiging dat een vorm van ruimtelijke ordening nodig is, is geen geldige reden om anderen hun plek te ontzeggen om te wonen zoals zij dat willen. Ruimtelijke ordening zou in de eerste plaats een manier moeten zijn om de natuur, het erfgoed en het open landschap te beschermen en om overlast te verminderen wanneer mensen verschillende voorkeuren hebben over hoe hun buurt eruit zou moeten zien. Het mag nooit een excuus zijn om anderen voor te schrijven hoe ze hun stukje van de wereld moeten vormgeven.

Benjamin Tucker/mutualism: refuse to pay rent

Een basisinkomen met een grondwaardebelasting is niet de enige mogelijk oplossing. De 19e eeuwse anarchist Benjamin Tucker riep op om te weingeren om huur te betalen aan afwezige grondeigenaren. Hij was van mening dat het belachelijk is dat boeren geld moeten betalen voor de grond waarop ze werken aan een rijk persoon in een ander land.

Gewoon grond gebruiken en weigeren om ervan te betalen komt min of meer overeen met de strategie van kraken. Het kan in sommige gevallen werken, maar er zitten ook belangrijke nadelen aan verbonden.

Wie interesse heeft in mutualisme raden we het boekje What is mutualism aan van Clarence Lee Swartz.

×