“Gelijke rechten op de aarde” klinkt misschien zweverig, maar het kan de basis vormen voor een efficiënte en bloeiende economie. Onder andere Hongkong en Singapore laten dit zien. In deze gebieden wordt veel land voor lange periodes (vaak 99 jaar) verhuurd, waardoor landspeculatie nauwelijks een bron van inkomsten is.
Wij zijn voorstander van een vrije markt — maar dan wel een eerlijke vrije markt.
Op de middelbare school heb je misschien geleerd dat er een paar productiefactoren bestaan waarmee mensen of bedrijven inkomen kunnen genereren. Dit zijn ze:
1. Arbeid
Arbeid betekent simpelweg dat je werkt. De vergoeding die je daarvoor krijgt noemen we loon. Je kunt met je spierkracht werken en bakstenen sjouwen, maar ook met je hersenen werken en iets uitvinden — dat is óók arbeid.
Soms wordt er onderscheid gemaakt tussen arbeid en ondernemerschap, maar dat voegt hier weinig toe.
Een beloning voor arbeid is nuttig, omdat mensen een afweging maken: ga je ontspannen in de zon zitten met een glas limonade, of ga je aan het werk? Door een vergoeding te bieden, ontstaat er een prikkel om iets voor een ander te doen. In een werkelijk vrije markt is dat ook echt een vrije keuze.
In het uiterste geval kun je ervoor kiezen om volledig zelfvoorzienend te leven. Maar samenwerken en specialiseren heeft duidelijke voordelen.
2. Land
Economen gebruiken de term ‘land’ voor alles wat de natuur ons schenkt. Dat is dus niet alleen grond, maar ook natuurlijke hulpbronnen zoals ijzererts en aardolie.
Om land te gebruiken, betalen we pacht of grondrente.
Als iemand aardappelen wil verbouwen, zijn arbeid en land nodig. Iemand die werkt op vruchtbare grond zal meer produceren dan iemand die op arme zandgrond werkt. Daarom zijn mensen bereid meer te betalen voor betere grond.
Hetzelfde geldt voor locatie. Een frietkraam op een druk plein levert meer op dan op een verlaten plek. Ook hier betaalt men voor de betere locatie.
Zonder zelf te werken kun je ook verdienen aan land, door het te verhuren. Dat levert pachtinkomen op.
3. Kapitaal
Kapitaal is geen stapel geld, maar productiemiddelen: gereedschap, machines, gebouwen.
Een schep, trekker of frietkraam helpt om productiever te werken. Kapitaal kan worden gemaakt met land en arbeid.
Kapitaal maakt het makkelijker om inkomen te genereren. Je kunt er ook geld mee verdienen, bijvoorbeeld door gereedschap te verhuren.
Om kapitaal op te bouwen, moet je sparen en investeren. Als investeren niets oplevert, gebeurt dat minder. Daarom kan een hoge belasting op kapitaal schadelijk zijn voor de economie.
Wanneer mensen toegang hebben tot land en arbeid, kunnen ze kapitaal opbouwen. Maar zonder toegang tot natuurlijke hulpbronnen ontstaan snel problemen. Daarom draaien geopolitieke spanningen vaak om land (grondstoffen, landbouwgrond, strategische locaties) en zelden om kapitaal.
Tot zover komt dit overeen met wat je op school leert.
Wat moet er dan veranderen?
Dat is simpel.
Net als traditionele economen vinden wij het logisch dat mensen verdienen aan arbeid en kapitaal.
Maar wij vinden — anders dan veel economen — dat natuurlijke hulpbronnen van iedereen zijn.
Land bezitten en anderen laten betalen voor toegang is geen productieve bijdrage. Het vergroot de hoeveelheid land niet. Vastgoedbeleggers maken geen nieuwe grond.
Daarom is het onlogisch dat privébezit van natuurlijke hulpbronnen een inkomen oplevert. Dat is niet alleen moreel discutabel, maar ook economisch inefficiënt.
Tegelijkertijd is de waarde van landgebruik wél reëel. Vruchtbare grond is waardevoller dan arme grond, en een locatie in Amsterdam is waardevoller dan eenzelfde stuk grond in Stadskanaal.
Die waarde — de grondrente — verdwijnt dus niet. We kunnen het niet zomaar afschaffen. Maar we kunnen er anders mee omgaan.
Die waarde komt voort uit de natuur en uit de samenleving. En daarom is die waarde van ons allemaal.
We kunnen die op twee manieren inzetten:
a. Een grondwaardebelasting in de plaats van andere belastingen
We belasten de waarde van land (niet de gebouwen erop). Dit heet een grondwaardebelasting.
Daarmee kunnen we andere belastingen verlagen of afschaffen, terwijl publieke voorzieningen blijven bestaan.
Dit zorgt voor:
- een eenvoudiger belastingstelsel
- eerlijkere kansen
- minder speculatie
- lagere grondprijzen
Dat laatste maakt het weer mogelijk voor jongeren om een woning te kopen.
b. Een basisinkomen
We kunnen de grondrente ook verzamelen en gelijk verdelen als basisinkomen.
Zo kan iedereen beschikken over een eerlijk deel van onze natuurlijke hulpbronnen. En dat zorgt voor werkelijke economische vrijheid.
Natuurlijk is een mix van beide opties ook mogelijk: bepaalde gemeenschappelijke voorzieningen financieren uit de grondwaardebelasting en wat overblijft verdelen als een basisinkomen.
Waarom dit werkt
In beide gevallen loont het niet langer om geld te verdienen met landbezit.
En dat is goed: nu gaat er veel kapitaal naar landspeculatie in plaats van naar productieve investeringen.
Door dat te veranderen, stimuleren we investeringen waar we wél iets aan hebben.
Tot slot
Het systeem dat wij voorstellen is rechtvaardig, eenvoudig en effectief.
Het erkent dat iedereen recht heeft op de aarde.
Het is onacceptabel dat jongeren jarenlang torenhoge huren betalen en denken dat dit de rest van hun leven zo zal blijven. Het is ronduit wreed dat ze het maken van een leuke reis overslaan en het krijgen van kinderen uitstellen door de vastgelopen woningmarkt.
Dat kan anders.
Denkers zoals Henry George hebben al lang geleden laten zien hoe. Laten we dit fixen!