Allereerst willen we duidelijk maken dat Land en Vrijheid open staat voor iedereen, ongeacht afkomst. De ideeën van Henry George over immigratie en de Chinese cultuur zijn niet de onze. Wij geloven in de mens als individu; wie je bent wordt niet bepaald door je nationaliteit of cultuur.
Het is natuurlijk niet zo eerlijk om iemand die al meer dan honderd jaar dood is af te rekenen op ideeën die wij nu “fout” vinden. Hij kan zich immers niet meer verdedigen, of fouten toegeven.
We hebben het ook niet over het taalgebruik in 19e-eeuwse boeken. Woorden waarvan nu algemeen geaccepteerd is dat ze kwetsend zijn en vermeden dienen te worden, waren in de 19e eeuw nog gangbaar; ook in de boeken van George vind je ze terug.
Henry George is niet de enige denker die vond dat we de aarde met elkaar moesten delen, maar wel de grootste en meest bekende popularisator van dit idee; van zijn boek Progress and Poverty werd miljoenen exemplaren gedrukt, en het woord Georgisme als term voor het eerlijk deden van land en natuurlijke hulpbronnen is nog steeds heel gebruikelijk.
George was autodidact, en schreef voor een publiek van leken. Hij had hoogdravende ideeën, maar legde ze uit in begrijpelijk Engels, en dat zorgt ervoor dat zijn boeken nog steeds heel toegankelijk zijn. Op het internet smijten aanhangers van George graag met citaten uit zijn werk.
Daar komt bij dat George een hele moderne denker was. Hij veroordeelde in felle verwoordingen het Britse kolonialisme, was voorstander van vrouwenkiesrecht, gelijke behandeling ongeacht ras, vrijhandel, en van onderwijs voor iedereen. In veel opzichten past hij moeiteloos in de links-liberale traditie van de twintigste en eenentwintigste eeuw. Het contrast met zijn visie op Chinese immigratie is schril.
Van Proudhon en Marx, tijdgenoten van George, weten we dat ze zich racistisch hebben uitgelaten. Maar zonder die twee te willen verdedigen, waren de opmerkingen van Proudhon over Joden weliswaar heftig en emotioneel, maar zijn ze alleen gevonden als aantekening in zijn privéarchief. Karl Marx lijkt er een puberaal genoegen in te hebben gehad om mensen te kleineren en uit te schelden, waarbij hij racistische kreten niet schuwde – maar wederom, in zijn privécorrespondentie.
Henry George, als hoofdredacteur van de kranten Oakland Transcript en de Reporter, voerde campagne om Chinese immigranten permanent de toegang tot de Verenigde Staten te ontzeggen.
Zijn meest belangrijke wapenfeit in deze zaak is een ingezonden brief aan de New York Tribune[1], en de argumenten die hij in die brief gebruikt zullen we bespreken.
George begint met het prijzen van wat hij de goede kwaliteiten van de Chinese immigranten noemt. Hij stelt dat ze als werknemers betrouwbaar, verstandig, en ijverig zijn. Hij prijst hun spaarzaamheid en vermogen om met weinig genoegen te nemen. Hij betreurt dat ze vaak uitgebuit worden, en dat de wetgeving in Californië dit erger maakt.
Vervolgens keert hij dit argument om. Als Chinese immigranten harder werken voor minder geld, zouden werkgevers dan niet altijd de voorkeur geven aan Chinese immigranten, boven werknemers van Europese oorsprong?
In die tijd geloofden zowel socialisten als liberalen in de IJzeren loonwet; salarissen voor ongeschoolde arbeid zouden bepaald worden door het minimale wat nodig is voor de arbeider om te overleven. Door de entree van Chinese dagloners op de Amerikaanse arbeidsmarkt ging dit minimum omlaag.
Geleidelijk schetst George een beeld waarin de Amerikaanse westkust steeds meer door Chinese immigranten bevolkt wordt. Vervolgens haalt hij nog een vooroordeel tevoorschijn; de onderdanigheid van de Chinese immigranten. Ze zouden geen democratisch besef hebben, en uiteindelijk gemobiliseerd worden om oligarchen en rijke industriëlen in het zadel te helpen.
In de visie van George is de Chinese cultuur versteend[2] en gevormd als aanpassing op duizenden jaren tirannie. En zij zou onvermijdelijk die tirannie met zich meenemen.
De brief van Henry George is geen ondoordachte scheldpartij, maar een zorgvuldig opgebouwd argument, dat initieel sympathie pretendeert te hebben voor de doelgroep die hij later ervan beschuldigt zijn land te ontwrichten.
In zijn enthousiasme stuurde Henry George zijn brief door aan de filosoof John Stuart Mill, die hij zeer bewonderde, en die in de VS in hoog aanzien stond.
Mill geeft George gelijk waar het op de lonen van arbeiders aankomt; een grote aanwas van goedkope arbeiders zorgt ervoor dat de lonen dalen.
Maar hij uit ook kritiek op de argumenten van George. Hebben mensen wel een recht om nieuwkomers uit te sluiten? Is het karakter van de Chinese immigranten zo onveranderbaar? Zouden hun kinderen niet steeds meer Amerikaans worden? Is de contractarbeid, waarmee Chinese immigranten aan werkgevers werden gebonden, niet het probleem? En als de Chinese cultuur zo problematisch is, is er dan geen morele plicht om ze te verheffen?[3][4]
Zelfs de kritiek van zijn idool Mill brengt George niet op andere gedachten; hij publiceert de brief van Mill in de Oakland Transcript, waar de lezers dit interpreteren als steun van de grote filosoof voor het heersende anti-immigratiesentiment.
George had de tijd mee; in 1882 zou het Amerikaanse Congres met grote meerderheid de Chinese Exclusion Act aannemen, waarmee Chinese immigratie naar de VS in zijn geheel werd verboden. Deze wet zou gelden tot 1943.
Maar ook later bleef hij achter deze positie staan. Tijdens een tournee door Australië, twintig jaar later, wordt George geconfronteerd met de tegenstelling in zijn denken: Hoe kun je nou praten over gelijke rechten voor nieuwkomers, als je tegelijkertijd Chinese immigranten uitsluit wil weren?
George, inmiddels bestsellerauteur en politicus, antwoordt dat hij Franse en Duitse immigranten ook zou weren, als ze zich niet zouden aanpassen aan de Amerikaanse cultuur[5]. Hier gooit George het op de integratie, een strategie die moderne politici ook graag gebruiken. Australië zou tien jaar later het voorbeeld van Amerika volgen, en alle Chinese immigranten weren.
George formuleert zijn verwerping van Chinese immigranten zorgvuldig; het is de cultuur die hij afkeurt, niet het volk. En in boeken neemt hij zonder mitsen of maren stelling tegen ongelijke behandeling op raciale kenmerken[6] en (het toen populaire) sociaal darwinisme.[7]
Tegelijkertijd kunnen we natuurlijk vragen stellen bij het gemak waarmee hij Ierse migratie verwelkomt [8]. George veroordeelt het Britse regime in Ierland op felle toon. In het midden van de 19e eeuw woedde in China de Taipingopstand, een zeer bloedige burgeroorlog die 30 miljoen slachtoffers maakte. Toch lijkt George het lijden van de Chinese bevolking minder zwaar te wegen.
Een tweede kritische vraag die je bij het werk van George kan stellen is het gebrek aan aandacht voor de inheemse volken van de VS. Bij de geboorte van George, in 1839, was Missouri de meest westelijke staat van de Verenigde Staten. In 1879, het publicatiejaar van “Progress and Poverty”, hadden de aaneengesloten staten de vorm die ze nu ook hebben, een verdubbeling van het grondoppervlak ten koste van de territoria die aan de inheemse naties waren “gegund”.
In Progress and Poverty betreurt en veroordeelt George de onteigening van de Indianen[9], maar vooral omdat het de Amerikaanse samenleving niet is gelukt om de beschaving aan ze over te dragen. Waar hij het recht van overheden om land te “verdelen” in het algemeen in twijfel trekt, leidt dit niet tot specifieke aandacht voor de inheemse naties.
Als laatste kunnen we de vraag stellen of de anti-immigratieretoriek van George onlosmakelijk verbonden is met zijn politieke theorie. Van Proudhon is bijvoorbeeld geclaimd[10] dat zijn schrijven “structureel anti-semitisch” zou zijn; veel van zijn kritiek richt zich op het financiële stelsel, en dat zou een bedekte beschuldiging zijn aan het adres van de Joodse bevolking die bovenmatig vaak in de bancaire sector werkte.
Daarover kunnen we kort zijn; George zelf erkent, in een artikel in 1890, de contradictie in zijn weerstand tegen Chinese immigratie, en zijn geloof in het gelijkelijk delen van de aarde.[11].
Misschien is het toeval, maar juist autoritaire Chinese regimes hebben de economische lessen van George het meest ter harte genomen. In Jiaozhao, het Duitse kolonie vergelijkbaar met Hong Kong, werd als eerste een hoge landbelasting ingesteld. De bloeiende economie die daar ontstond, was een inspiratiebron voor Chinese nationalisten als Sun-Yat-Sen[12]. Toen de Chinese nationalisten eenmaal naar Taiwan waren verdreven, werd ook daar een hoge grondbelasting ingesteld. Ook in Singapore, bestuurd door de etnisch Chinese autocraat Lee Kuan Yew heeft de overheid altijd een sterk aandeel in het grondbezit gehouden.[13]
Geoisme is een theorie die stelt dat mensen gelijke rechten op de aarde hebben. Sommige Geoïsten combineren dat met een consequent geloof in het opheffen van grenzen waar ook ter wereld. Sommigen, zoals ook Henry George, zijn wat nationalistischer ingesteld. Maar het Geoïsme zelf biedt geen aanknopingspunten voor het uitsluiten van mensen.
Het werk van Henry George is zeker het lezen waard; voor zijn tijd was hij vooruitstrevend, en als je aan het 19e eeuwse Engels kunt wennen, is zijn proza helder en duidelijk. Maar dat neemt niet weg dat hij maar één van de Geoïstische denkers is. Niet de eerste, en niet de enige. Ook al zullen we soms “Georgisme” en “Geoïsme” door elkaar gebruiken, dat betekent niet dat we voor 100% zijn ideeën aanhangen.
[1] George, Henry. “The Chinese in California”, 5 januari 1869. The New York Tribune, pagina’s 1 en 2.
[2] George, Henry. Progress and Poverty. Book IX, Chapter IV: Of the Changes that would be wrought in social organization and social life, pagina 422
[3] Mill, John Stuart. “To Henry George”, 23 oktober 1869. The Collected Works of John Stuart Mill, Volume XVII – The Later Letters of John Stuart Mill 1849-1873 Part IV
[4] Zowel J. S. Mill als Henry George hadden een lineaire blik op vooruitgang, met de Westerse beschaving als voorhoede.
[5] Pullen, John. Henry George in Australia. American Journal of Economics and Sociology, Vol. 64, No. 2 (Apr., 2005) pagina 694. https://www.jstor.org/stable/3488107
[6] George, Henry. Progress and Poverty. Book X, Chapter II: Differences in Civilization, pagina 440 en verder
[7] George, Henry. Progress and Poverty. Book II, Chapter I: The Malthusian Theory, pagina 89.
[8] George, Henry. “Social Problems”, XI. “Human Garbage”, 1883, pagina 149
[9] George, Henry. Progress and Poverty. Book X, Chapter II: differences in Civilization, pagina 450
[10] Schmidinger, Thomas. Structureel antisemitisme en kort-door-de-bocht kritiek op kapitalisme. Gebladerte reeks 21, 2001. Oorspronkelijk in het Duits in Radix, voorjaar 2000. https://www.doorbraak.eu/gebladerte/20061g21.htm
[11] George, Henry. The issue of Chinese Immigration. The Standard, 29 oktober 1890. https://www.cooperative-individualism.org/george-henry_issue-of-chinese-immigration-1890.htm
[12] Matzat, Wilhelm. Die Tsingtauer Landordnung des Chinesenkommisars Wilhelm Schrameier. Studien und Quellen zur Geschichte Schantungs und Tsingtaus, Heft 2, Bonn 1985 ISSN 0176-327X
[13] Collier, Paul. The Singapore model: lessons for the new PM from Lee Kwan Yew. The Spectator, 23 juli 2022. https://www.spectator.co.uk/article/the-singapore-model-lessons-for-the-new-pm-from-lee-kwan-yew/